tango-historie

Tango doet heel wat harten en libido's opleven sinds het ontstaan aan de oevers van de Rio de Playa achterin de 19e eeuw. De dans is waarschijnlijk onstaan onder de wanhopige immigranten uit Europa (Italië, Spanje, Engeland, Duitsland, Polen, Rusland)en het platteland van Zuid Amerika die Buenos Aires toen overstroomden. Bijna 6 miljoen mannen lieten hun families in de steek om hun geluk te beproeven in een ver en vreemd land (De helft keerde teleurgesteld terug). Hun verdriet verdronken deze eenzame zielen in de slordige Argentijnse havencafés, porteños genaamd. Net als de blues een eeuw eerder en op een ander continent ontstond er een muziek, die uitdrukking gaf aan zielesmart, ontevredenheid, passie en hunkering. Onder kameraden werden nieuwe pasjes en figuren bedacht en geoefend in de huurkazernes en de bruine cafés, om laat in de nacht nog eens uit te proberen op de dames uit de bordellos (geld naar huis sturen, ho maar!). Deze bijeenkomsten van immigranten, prostitueés en gaucho's (de Argentijnse cowboys) groeiden uit tot nachtelijke feesten, die bekend werden onder de naam milongas, de deelnemers milongueros. Milonga verwijst tegenwoordig naar de dans én naar een Argentijnse danssalons.

Musica
Onder muzikanten en musicologen is de oorsprong van de tango een punt van discussie. Bovendien kennen de drie onderdelen muziek, tekst en dans elk nog weer hun eigen specifieke invloeden. Een grote diversiteit aan muzikale invloeden, van Cubaanse habanera, Argentijnse milongas, en Spaanse flamenco zijn er in verwerkt. Afrikaanse candombe percussie, violen uit de Oost Europese klezmer, polka, walz en mazurka en Zuid Europese volksliederen hebben ook hun steentje bijgedragen. De originele tango werd gespeeld op viool, gitaar en fluit (en in het prille begin nog percussie). Rond de eeuwwisseling werd daar door Italiaanse immigranten de bandoneón (uit Duitsland!), die nu zo'n karakteristiek geluid aan de tango leent, aan toegevoegd. Deze unieke combinatie van klankkleur deed tango verder ontwikkelen in de richting van hoop en verdriet en zo alleen en zo ver van huis.

Baile
De vroege tango toont vaak een 'gevecht' om een vrouw, gewoonlijk eindigend in een symbolische 'dood' van de verliezer. De huilerige klank van de bandoneón ondersteunde de dramatische sfeer van de dans. In het begin was de Tango paria-muziek, een ondergrondse -bijna criminele- passie, waar de elite van Buenos Aires op neer keek, maar toen de dans de oceaan overstak naar Parijs, was Europa al snel in de ban van de klanken en bewegingen (hoewel zeer gekuisd, uiteindelijk resulterend in de Europese- of ballroom-tango).
Het was de eerste 'latin' dans, die een breed publiek buiten Zuid-Amerika kreeg en voorbestemd leek om de wereld te gaan veroveren. De dans werd in 1913 in Noord-Amerika geïntroduceerd door het populaire ballroom duo Vernon en Irene Castle. Maar het was latin-lover Rudolph Valentino, die de doorbraak forceerde met zijn amoureuse interpretatie van de dans in de film The Four Horsemen of the Apocalypse (1921). Dat de tango in de bordelen zou zijn geboren is een fabeltje, onstaan doordat de 'elite' voor het eerst met de tango in aanraking kwam tijdens stiekeme bezoeken aan het 'lagere' milieu rondom de bordelen.

Cantante
In Buenos Aires beleefde de tango haar 'Gouden Eeuw' aan het begin van de 20e eeuw. Rond 1920 waren de theaters en clubs van de stad elke avond voorzien van grote tango-orkesten. En Carlos Gardel was tango's onomstreden ster. Geboren in Toulouse (Frankrijk) arriveerde hij als kleine jongen met zijn alleenstaande moeder in Buenos Aires. Als immigrant was hij de personificatie van de tango, maar zijn stem, meer dan welke ook geassocieerd met de tango, oversteeg de grenzen van sociale klasses. In de loop van zijn carrière nam hij circa 1000 songs op en acteerde in Amerikaanse films. In 1935, tijdens een tour in Colombia, kwam Cardel om het leven in een vliegtuigongeluk.

De jaren vijftig brachten weinig goeds voor de tango. Rock 'n' roll werd de overheersende internationale muziek en partner-dansen raakte uit de smaak. Bovendien kende Argentinië tot de jaren tachtig een serie dictatoriale bewinden. Samenscholingen werden verboden en er viel weinig meer te dansen. Het fragiele evenwicht tussen verdriet en plezier, dat de kern van de tango lijkt te zijn, was verstoord.
Maar in het nieuwe millennium, met een vrij Argentinië, ontstaat er weer veel belangstelling voor de romantiek van de tango. In Buenos Aires lijken de elkaar opeenvolgende economische crisissen alleen maar meer mensen naar de salons en de lessen te trekken.
Waarom de tango in een gure stad als Groningen zo populair is, is daarmee natuurlijk nog steeds niet opgehelderd.